Bijna drie minuten…

DSC_0397Bijna drie minuten. Dat is het verschil tussen mijn eindtijd op de 1/8 Vrouwentriathlon van Nijeveen in 2014 en de 1/8 triathlon van Witmarsum van 2015. Mijn tijd dit jaar? 1.44.41. Geen toptijd hoor ik u denken. Nee, dat klopt. Maar wél bijna drie minuten sneller dan vorig jaar. En daar ben ik al met al toch best tevreden mee.

De voorbereiding was ook dit jaar niet optimaal. In 2014 was het mijn knie die roet in het eten gooide en zorgde voor slechte trainingen. Dit jaar was het voornamelijk mijn stuitje dat me van de racefiets hield en de nasleep van mijn enkelblessure waardoor het hardlopen moeizaam op gang is gekomen. Mijn zwemtrainingen gaan daarentegen een stuk beter: elke maandagavond trimzwemmen zorgt ervoor dat ik me (iets) zekerder voel in het water. Ik leer zelfs borstcrawlen!

Ik had dus hoge verwachtingen voor het eerste onderdeel: 500 meter zwemmen door de vaart van Witmarsum. Nou, dat viel even dik tegen. In series van 20 deelnemers mogen we op 30 augustus het water in, er is geen tijd om warm te zwemmen of te wennen aan het water. Als ik me van het ponton in het water laat zakken, schiet mijn hartslag van schrik omhoog en zit mijn ademhaling ineens ergens boven mijn kruin. Tjemig, dat is koud!

Pas na zo’n 300 meter zwemmen raak ik gewend aan de temperatuur. Ondertussen ben ik ingehaald door triatleten die minder moeite hebben met de kou, maar weet ik zelf ook heel wat deelnemers te passeren. Dat geeft toch een goed gevoel! Als een gestrande walvis val ik aan het einde van het parcours op de steiger via waar we het water weer kunnen verlaten. De deelnemer achter me geeft me (uit ongeduld?) een duwtje, precies wat ik nodig heb om mijn hele lijf op de steiger te hijsen. Ik moet toch eens wat spieren in mijn armen gaan kweken!

Snel rennen naar de wisselzone. Vooraf heb ik de route vanaf water naar fiets verkend, ik ren doelgericht naar het juiste rek, veeg met één beweging voeten globaal schoon, trek mijn schoenen aan (oh, waarom heb ik het klittenband nog vast zitten?) en hup, helm op en vertrekken. Het is me niet helemaal duidelijk wáár je de fiets op mag stappen, als ik andere deelnemers op het zadel zie springen zwaai ik ook een been over de middenbuis.

Geen centje (stuitje)pijn

Het fietsen gaat lekker, ik haal mensen in, kan zelfs regelmatig boven de 30 km per uur blijven rijden. Tegen de wind in is het zwaar maar omdat ik op een licht verzet blijf rijden, draaien de benen goed rond. Na 8 kilometer realiseer ik me ineens dat ik mijn stuitje niet voel. Na maanden pijn heeft de fysiotherapeut de behandeling gewijzigd, dit is voor het eerst dit jaar (of eigenlijk: sinds drie jaar…!) dat ik pijnvrij op de racefiets zit. Snel aan iets anders denken, dan komt de pijn niet alsnog opzetten.

Als ik iemand met een lekke band zie lopen, zo halverwege het parcours, stop ik. Stom natuurlijk, wie stopt er nu tijdens een wedstrijd? Nou, ik dus. Moeder Theresa die altijd iedereen wil helpen. De man wuift me weg: ‘Nee hoor, ik loop wel, fiets maar door.’ En dat doe ik dus. Vlak voor Witmarsum zie ik man en zoon in de berm staan, wat heerlijk toch elke keer om fans te zien!

In de wisselzone snel de fiets weer in het rek gooien, schoenen uit, hardloopschoenen aan en gaan met die banaan. Poeh, wat valt dat toch tegen, hardlopen na het fietsen. En tjongejonge, wat is het warm geworden. Het eerste stuk door Witmarsum voel ik geen zuchtje wind, geen enkele verkoeling. Waarom heb ik onderweg niet meer gedronken? Mijn mond voelt droog, tong plakt tegen gehemelte aan.

Een aantal keren moet ik echt even wandelen in plaats van hardlopen. Dit laatste onderdeel is het zwaarste van de hele dag. Gelukkig staan ook hier onderweg vele mensen aan te moedigen en zie ik op de bordjes hoever ik nog moet. In de laatste twee kilometer ontwaar ik man en zoon weer. Met een dikke glimlach ren ik door. De aanblik geeft me nieuwe energie. Met de armen in de lucht kom ik over de finish, blij dat ik er ben, trots dat ik het toch maar even heb geflikt. En dan dus ook nog sneller dan vorig jaar.

De race analyserend had ik nog veel sneller kunnen zijn dan die drie minuten. Als ik eerder het water in was gegaan, meer spierballen had, niet was gestopt voor de lekke band van een ander en als ik meer had getraind op hardlopen. Kortom, in 2016 valt er nog heel wat te verbeteren. Ik heb genoten in Witmarsum, de organisatie was top. Volgend jaar ben ik er graag weer bij!

Hieronder wat actiefoto’s. De meeste met dank aan mijn man, de andere foto’s komen van de website van Triatlon Witmarsum.

DSC_0409
DSC_0417
DSC_0418
DSC_0424
DSC_0436
DSC_0448
IMG_0272
IMG_0332

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *