Col des Aravis: één voetje aan de grond

DSC_0065AravisSDe beklimming van de Col des Aravis wordt mijn koninginnerit van deze zomervakantie in de Franse Alpen. Jammer genoeg door mijn knieblessure niet zoveel kunnen trainen als gewenst, maar we gaan gewoon maar kijken hoe het gaat. Op papier lijkt deze col te doen: de klim is vanuit Flumet (de zuidkant van de berg dus) 11 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer zes procent. Halverwege zit een gemeen uitschietertje van 9,5 procent, maar dat moet te doen zijn.

Uiteraard is het warm deze dag. Niet zomaar warm, maar bloedje heet. Een ondershirt is niet nodig dus en vóór de start smeer ik me nog even goed in met factor 30. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik dat vergeet en me flink verbrand. Ik daal eerst een heel klein stukje af in Flumet om daarna weer via een andere (eenrichtings)weg omhoog te rijden. Bij één van de eerste kruispunten begin ik te twijfelen: moet ik hier rechtdoor? Ik zie nergens een bordje van ‘Col des Aravis’ erop. Ik twijfel, maar ga toch rechtdoor.

Fanclub

Honderd meter verder twijfel ik nog steeds. Ik kijk om, probeer te lezen wat er op het routebord aan de andere kant van de weg staat, maar de zon schijnt erop, ik kan de plaatsnamen niet lezen. Vlak daarna rijdt mijn fanclub (man+zoon) me voorbij. “Oké, dan zit ik toch goed”, denk ik bij mezelf terwijl ik terugzwaai naar mijn vrolijk lachende man. Nog een stukje verder en ik twijfel opnieuw (nog steeds). “Een tunnel? Nu al? Klopt dat wel? Er moet wel een tunnel komen, maar die zou toch pas veel later op het parcours zitten?”

DSC_0002De tunnel is ook langer dan ik me kan herinneren. Toch fiets ik door, het gaat best lekker, het stijgingspercentage valt me mee, dit kan ik wel aan. “Huh? Verkeerslichten? Voor wegwerkzaamheden?” Nu weet ik het zeker, ik ben verkeerd gereden. De Fransen zijn soms erg snel met het plaatsen van tijdelijke verkeerslichten om wat reparaties en onderhoud uit te voeren aan bepaalde weggedeeltes, maar deze verkeerslichten waren we toch echt niet tegen gekomen toen we de Col des Aravis afdaalden met de auto. Ik sla rechtsaf en zie daar ook al onze auto staan. “We zitten verkeerd!”, roept mijn man. Ja, daar was ik ook al achter gekomen.

Nou, dat begint dus al lekker. Terug maar weer dus. Afdalen door de donkere tunnel en dan rechtsaf, nu wél de Col des Aravis op. En meteen voel ik het al, dit is wél zes procent stijgen. Het tempo zakt een beetje, maar ik trap rustig verder. Ik weet dat er straks een klein stukje afdalen in zit. De echte ellende komt pas later, na het dorpje La Giettaz.

Bolle wangen en puffen

En ellendig wordt het inderdaad. Klimmen is niet echt mijn specialiteit (alhoewel het ieder jaar een beetje beter gaat), maar klimmen in de hitte is extra zwaar. Zeven, acht en negen procent stijgingspercentage wisselen elkaar af. Op het steilste – en heetste – stuk overweeg ik heel even om af te stappen, even mijn benen te laten rusten. Maar vrijwel direct verwerp ik deze gedachte. Ik denk terug aan het boek dat ik de avond ervoor heb gelezen: ‘Ik, de wielrenner’ van Aart Vierhouten en Koen de Jong. Hierin wordt aandacht besteed aan fietsen, eten en ademhaling. Ik herinner me een passage waarin wordt beschreven hoe de renner Alexander Vinokourov aan het einde van belangrijke koersen zijn wangen wat opbolt bij de uitademing. En ik herinner me iets over langer uitademen dan inademen.

Ik besluit het gewoon maar te gaan proberen en al puffend en blazend en met bolle wangen fiets ik verder. Doordat ik zo in beslag genomen ben met ‘goed ademhalen’ rijd ik ongemerkt over het zwaarste stuk en daalt mijn hartslag weer naar een acceptabel niveau. Deze tocht heb ik geen profielkaartje op mijn buis zitten, dus het is even gissen hoever ik al ben en wat me nog te wachten staat.

DSC_0009Wat me vandaag opvalt is het grote aantal groetende fietsers. Elke wielrenner die ik tegenkom (afdalend in tegengestelde richting) groet me. Sommigen met een hoofdknikje, anderen met een opgestoken vinger of handje. Alleen twee mountainbikers kijken stoïcijns voor zich. Tijdens de klim omhoog word ik door geen enkele renner ingehaald. Wel rijdt ineens een vrouw op een gewone fiets in vrijetijdskleding me ogenschijnlijk heel gemakkelijk voorbij. “Hè? Wtf gebeurt hier dan?”, denk ik bij mezelf. “Hoe kan dit?” Maar dan zie ik het: op de middenstang zit een enorme verdikking: potver, een elektrische fiets! “Trut!” Het floept eruit voor ik er erg in heb. Ik meen het dan ook: wegwezen met je stomme elektrische fiets, dit is een col voor échte fietsers!

Vliegjes happen

DSC_0041Wat de klim vandaag nog extra zwaar maakt is het grote aantal steekvliegen dat me wenst te vergezellen naar de top. Ik voel op meerdere plekken op mijn lichaam dat ik word gestoken: op mijn armen, mijn benen en zelfs mijn linkerbil. Tijdens het rijden laat ik me er jammer genoeg door afleiden en probeer ik de vliegen van me af te slaan. Vooral omdat ik weet wat voor dikke jeukbulten deze steekplekken me altijd opleveren. Af en toe slinger ik over de weg: niet omdat het klimmen niet lukt, maar omdat ik het zo druk heb met die vervelende steekvliegen!

Een paar kilometer onder de top vliegt er ineens een beestje mijn mond in. Ik rochel het insect direct mijn mond uit, maar van de weersomstuit begin ik te slingeren en rijd ik zo de greppel in. “Whaaaaaa”, roep ik paniekerig. In een flits zie ik mezelf al in het prikkeldraad hangen. Net op dat moment rijden mijn twee fans langs. Ineens realiseer ik me dat ik natuurlijk gewoon even een voetje aan de grond kan zetten. Even losklikken, fiets weer recht en weer opstappen. Iets verderop staan man en zoon me op te wachten. Ik roep dat het goed gaat en fiets door.

En zo vervolg ik mijn weg, op naar de top, op naar de beloning: een geweldig uitzicht op deze prachtige, zonnige dag. In de verte kun je de toppen van de Mont Blanc zien liggen. Jammer dat ik toch heel even de klim heb moeten onderbreken, maar uiteindelijk heb ik de Col des Aravis gehaald en nog in een schappelijke tijd ook: onder de 1,5 uur. En dat mét omrijden!

Afzien in beeld

Hieronder nog wat foto’s van mijn afzien vlak onder de top. Alle foto’s zijn gemaakt door mijn superfan Silvan. Bedankt voor de support!
DSC_0047
DSC_0058
DSC_0064
DSC_0068
DSC_0087
DSC_0102

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *